Menu Sluiten

’t Had al een tijdje stil geweest in de herberg van de Vlamingen. Als men buitenkwam was het om naar de markt te wandelen om eten in huis te halen, meer kon men niet meteen doen. Ze hadden de stad al verkent en de muren van hun huisje kenden ze ook al vanbinnen en vanbuiten. Voor een tijdje zagen de jongens het licht aan het einde van de tunnel niet. Maar toen gebeurde het onverwachte! De gehele provincie bloeide weer open, reizen was toegestaan, en de wijn mocht weer vloeien in de glazen van de cafés.

Op vrijdag, na uren lang gewerkt te hebben, vertrok de bende naar Assisi, een religieus oord ten noorden van Foligno. U zou het een kruistocht hebben genoemd, waarom? Dat zou ik niet weten, u doet wat u wilt uiteraard. Assisi zelf is magnifiek, een zeer pittoresk bergenstadje met enorm veel kerken. Ook ginds zag de ridder een kasteel.

Een kasteel dat de bende, tot grote spijt van de ridder, niet van dichtbij hebben kunnen bezoeken.

“Vertelt mij eens, staat er nog volk ginds, in de burcht?” vroeg hij aan een lokale deerne. Zij knikte nee, dat vond hij spijtig. Ze bracht hen naar de Basiliek van Sint-Franciscus van Assisi.

Op aankomst kwam de groep oog in oog te staan met een waar dilemma. Liet men de reus buiten staan of weigerden ze de wensen van God door de reus mee te nemen. Helaas voor hem moest hij buiten blijven, dan had hij zijn enkels maar moeten bedekken.

De basiliek van Sint-Francescus die de reus niet betreden mocht.

Al bij al was het een fijne uitstap die door het heuvelachtige landschap van de stad de bende had uitgeput. Goed dan was het misschien wel vroeg huis maar morgen was er nog een dag.

Als u goed kijkt kan u het heuvelachtige landschap opmerken.

Zaterdag was inderdaad ook nog een dag. Toen vertoefden de heren zich op een meer. Lago Trasimeno. Per boot reisden ze af naar een eiland in het midden van het meer waar een kleine gemeenschap leefden. Voor cultuur moet u niet meteen naar het eiland, al is de kalmte en de natuur zeker en vast een aanrader.

Een eenzame kerk, midden in de natuur.

Op het eiland hadden de heren geen gids, daar waren ze te arm voor, de bootrit had hun al genoeg gekost. De reus besloot dan maar zelf voor gids te spelen. Nu niet om te zeggen dat hij dat niet goed deed maar naar een huis wijzen en zeggen “Dit is een huis.”… nu ja…

Dit is een huis. – De reus 2021

Het was er alleszins enorm warm. Zo warm zelfs dat de bende een terrasje moesten doen, zwaar tegen hun goesting natuurlijk. Nu ja, zo erg was dat nu ook weer niet, ze moesten echter nog wachten op hun boot. Na enkele minuten en een gezellige babbel zei de reus dat hij betalen ging, het schip waser namelijk bijna, nog maar 5 minuten. Goed zei de rest, die op hun gemak hun boeltje inpakten.

Hier kan u zien dat zwemmen naar de andere kant geen optie is.

“Miljaar de ju!” roept de reus, in bekende stijl, plots. Hij wijst naar de boot, die 5 minuten te vroeg vertrekt en al lang niet meer in te halen is. De bende heeft er dan nog zeker een uur moeten vertoeven, maar met een biertje in de hand gaat de tijd snel vooruit natuurlijk.

Maar goed, ’t lijkt dat het verhaal hier ten einde loopt voor vandaag. Wie weet ziet u ons later deze week nog! Om te eindigen krijgt u van mij nog één klein gedichtje.

’t water was verschrikkelijk blauw
De zon scheen bijna even fel
Die boot laat ons in de kou
Twee bier dat ik dan bestel