Menu Sluiten

Man, man, man.

Wat een avontuur dat het hier geweest is in het zonnige Italië! Van de zotte, dronken avonden tot de nuchtere, vermoeiende bergwandelingen. Van het pittoreske Trevi tot het klein cafeetje met de vele Belgische bieren en Japanse whiskey. Ja mensen, dat we ervan genoten hebben… Vooral de laatste maand toch.

Maart was, ja, een proevertje van het leven hier. Alles was toen nog wel gesloten en reizen was ten strengste verboden. Maar misschien was dat wel het beste, zo konden we elkaar wat beter leren kennen.
Van bezienswaardigheden, buiten Jasper zijn merkwaardige kledingstijl, was het misschien wat somber. Een paar keer het centrum gezien, elke dag dezelfde route naar het werk, er zijn mooiere dingen om naar te loeren. Al moeten we wel zeggen, de bergen zijn een prachtig uitzicht, zeker ’s ochtends. Juist! Bijna vergeten, we zijn toen ook nog de berg opgewandeld. Ik op stap met dunne beentjes en een zware rugzak. De mannen zonder rugzak en met kuiten zo groot als hun hoofden.
Op het werk was het anders ook wel tof, Jasper en ik kregen meteen twee grote projecten toegewezen. Aaron moest daar nog wel even op wachten, op het interessante werk toch. Maar daar kwam al snel verandering in. We leerden de werkwijze van het bedrijf stilletjes aan kennen en raakten al wat bekender met onze collega’s. De eerste week hadden we een kleine internationale drink met witte wijn uit de doos (Frankrijk), Stella Artois en Leffe uit het flesje (VLOANDREN), en enkele plateau’s salsa (Spanje).
Thuis leerden we elkaar ook zat…. Ik bedoel wat beter kennen. Als een jong huisdier testten we de waters, al doende ondervonden we wat er kan en wat niet kan. Mentaal legden we grenzen en wisten we wat wel en niet mocht bij wie en bij wie niet. We ondergingen ook wat elk nieuw samengesteld gezin doorgaat, we begonnen ons te ambeteren op de kleinste dingen. Maar buiten een uitspatting hier en daar viel dat allemaal nog goed mee.

April daarentegen… April viel enorm tegen. Eind Maart moesten we verplicht een COVID-test laten afnemen van EGInA, opzich goed maar ja… Lap, Aaron en ik moesten in isolatie en alsof dat nog niet erg genoeg was viel het werk zo goed als stil qua aangenaamheid voor mij en Jasper.
U kan het vast al raden, buiten de witte muren van onze kamers en wat er achter onze ramen stond, was er qua bezienswaardigheden niet veel te bezien. Maar ook in April was reizen een no-go, dus in principe hebben we niet al te veel kansen verloren.
Het werk moest nu van thuis uit verder. Een ware hel voor mij en Jasper. De twee grote projecten waar we met hart en ziel naar uitkeken om aan te werken vielen in het water. Ze werden uitgesteld tot nader order. In de plaats van deze twee kanjers kregen we echter wel een vervanger, namelijk de database. En laat mij het zeggen in de plaats van Jasper.

Een database is het saaiste wat er is. Niets is meer levenloos dan uren achter je pc zitten, te kopiëren en te plakken. Zou ik ooit nog een database moeten invullen, waar het werk bestaat uit knippen en plakken, dan spring ik van een brug.”.

Ikke…

Mooi verwoord verleden ik, beetje extreem maar toch mooi.
Het hielp zeker ook niet dat Aaron, en het is hem zeker gegund, werk zat had. Werk waar hij iets aan had, waar hij iets moest doen. Dat hij daar elke dag graag aan begon kan ik u niet zeggen, maar liever zo een taak dan een dAtAbAsE.
Thuis verliep het allemaal verassend vlotjes. We hadden een goed systeem, Aaron en ik onze kamers in, Jasper kookte en kuiste, iedereen had zijn eigen badkamer. In principe een mooi systeem. We hadden er echter niet op gerekend dat Jasper zijn kookkunsten een zekere… variëteit misten. Na dag drie van veel te pikante, soms ongare ravioli begon het toch net iets te veel te worden. Ik zeg niet dat we zo hard hebben afgezien die twee weken, maar een viersterrenhotel doet het toch wel net iets beter.
Maar goed, na week twee mocht Aaron weer buiten. Ik was noch positief, noch negatief (dat verhaal is te lang om uit te leggen, ik bespaar u het gezaag). Jasper… die was ergens positief geworden, die arme jongen moest nu twee weken in isolatie. Al een geluk dat ik goed voor hem gezorgd heb. Dat is waar hé Jasper? Hij knikt ja.

MAMMA MIA! Is dat… nee toch? Jawel toch wel! Het is al Mei! We zaten potjandorie al in onze laatste maand! Oh, hoe de tijd toch vooruitgaat met slechte taken in isolatie…
Allora, u kent vast het eeuwenoude gezegde:

In Mei leggen alle vogels een kakske vlak naast uwe stoel op ’t terras zodat gij kunt zeggen dat het bijna op u was.”.

Alle mensen die dit eeuwenoude gezegde kennen.

Eindelijk, na zo lang afzien, had Zeus de oppergod hemzelve, voor ons, de horeca terug geopend samen met de grenzen. Maar wij zijn goed opgevoed, onze prioriteiten staan stevig vast in ons DNA!
Eerst op café, daarna pas de cultuur opsnuiven (niet zoals een zekere Eurovisiesongfestival-winnaar…). Uiteraard kan u al raden wat de gemiddelde toerist zoal drinkt in Italië… Juist ja, Japanse whiskey en Belgisch bier. Na een weekje platte rust, om te bekomen van de drank, vlogen we gelijk de cultuur in… met de auto… Zo bezochten we, en houdt u goed vast aan de takken van de olijfbomen (maar niet te hard, die dingen zijn nogal fragiel):

  • Assisi, waar de short kort is voor short cut naar de HEL,
  • Lago Trasimeno, waar de boten vijf minuten te vroeg vertrekken zodat u er nog een hoeft te drinken,
  • Rasiglia, waar geen hol te zien is,
  • Spello, waar desondanks de interessante huizen, straten, en uitzichten ik nog steeds naar de poezen liep,
  • en Trevi, waar de afgelaste zondagse markt ons leidde naar de gezelligste plekjes.

Natuurlijk hebben we ook genoten van de lokale cuisine. Zo werden we uitgenodigd om te dineren… in een Perzisch restaurant. Het was wel lekker eten (geen Giant maar ja…) en het gezelschap kwam van het bovenste schap. Ik weet wel niet wie van ons drie zo goed kon schieten dat we van dat schap mogen kiezen hebben. Wat later hebben we ook nog deelgenomen aan een “internationale” lunch.
De Spaanse furie bracht tapas? De Franse bok bracht quiche. De Italiaanse bellas en bellos kookten ECHTE ITALIAANSE carbonara. De twee dames met Ecuadoraanse roots serveerden “naamvergetenmaarhetwasheellekkereensoortbanaanmaarzoutengefrituurd”. En wij Belgen, zoals verwacht, brachten het meest Belgische gerecht dat er is. Barbecue.  

Maar zo, het zit erop en niet eronder. Dat het tof is geweest. Ik denk dat ik voor ons drie spreek wanneer ik u zeg:

“GIJ, JA GIJ, GA TOCH OP BUITENLANDSE STAGE/STUDIE MAN! ’T IS HET WAARD!”

Allez, ik kruip mijn bed in. Adejos en tot later,
Uw nobele ridder, Tharsice Commissaris